|
De Cane Corso is een ras, dat al eeuwen in het
agrarische Italië wordt gebruikt. De recente erkenning van het ras in
Italië op 20 januari 1994, laat ons toe de Cane Corso te beschouwen als
een ras dat gehandhaafd is, door de selectie in de eeuwen, waarbij de
mens zijn waardevolle compagnon aan het werk te zette. Er wordt
gesproken over tijden waarin de Cane Corso alleen bestond door de
bekwaamheid van de hond om een goede service in het werk te betuigen
waarmee de mens hem aan het werk zette. Men had niets aan een overbodige
exemplaar. Het opvoeden en onderhouden van een hond was, zoals bij de
andere dieren, een economische keuze. De selectie hiervoor was
bestempeld met criteria naast nalatenschap naar de gebruiken van het
dier, om het voortgebrachte werk te verbeteren. Schoonheid was niet
gegarandeerd. Hieruit kan worden afgeleid dat de Cane Corso niet zoals
andere rassen alleen op schoonheid werden geselecteerd voor de fok,
zonder rekening te houden met de functies en het gebruik van het dier in
het verleden, welke voor anderen rassen de enige reden is geweest voor
het behoud. Daarvoor is de Cane Corso zoals we hem vandaag kunnen
bewonderen, een beter voorbeeld om de tweede stelling te ondersteunen
voor een ras, omdat het vastgestelde morfologische eigenschappen en
karaktereigenschappen heeft, functioneel voor het werk dat uitgevoerd
moet worden, en heeft in zichzelf de harmonie van de vorm en het
evenwicht van het karakter. Het karakter wat hier verder beschreven
wordt is ook een onderdeel van de rasstandaard. De huidige Cane Corso,
die wij in Nederland voornamelijk als huishond kennen, dient nog steeds
deze zelfde karaktereigenschappen te bezitten. De Italianen hebben lang
gewerkt aan het herstel en behoud van dit ras, zodat deze honden met hun
prachtige karakter niet verloren zouden gaan.
De Cane Corso was belangrijk als helper bij de fok van varkens,
runderachtigen en schapen, waar de Corso zijn aangeboren gevoel voor het
bijeenhouden van de kudde in het territorium demonstreerde en de moed om
weerspannige dieren aan te pakken, vaak met een gewicht van meerdere
100en kg’s. Bij deze activiteit betoog de Corso zijn meest deugdelijke
service van bewaking tegen de roofdieren en de veedieven.
Belangrijke karaktereigenschappen om dit werk uit te voeren zijn:
*Moed
*Temperament
*Oplettendheid
*Drijfvermogen
We kunnen dus stellen, dat de Cane Corso een moedige temperamentvolle
hond is, die zeer oplettend zijn werk doet. Zijn drijfvermogen zal
ervoor zorgen dat de kudde bij elkaar blijft. Hiervoor dient de hond
over enige dominantie te beschikken. Dominant is zeker niet gelijk aan
agressief. Dominant in deze is een uitstraling van moed, waarbij respect
wordt afgedwongen. "Hier ben ik en kom niet in mijn buurt". Zonder deze
imposante houding zouden de kuddedieren geen respect voor de honden
hebben, die vaak veel kleiner in grootte en gewicht zijn dan de
individuele dieren in de kudde. Het tonen van enige angst door de hond
was uit den bozen. Hiermee zou hij een zwakte tonen, waar een hele kudde
direct gebruik van kon maken door uit te breken.
Later vinden we de Cane Corso ook aan het werk als bewaker van
boerderijen, waar hij overdag gehouden werd aan een lange ketting met
een grote bewegingsmogelijkheid, maar zonder zich te bemoeien met de
dagelijkse bezigheden, zoals de levendige beweging en het transport van
graniet, kaas, tuinbouw producten, die vaak uitgevoerd werden door
derden, kopers en voermannen. Hier bleef de Corso alert, klaar om een
abnormale situatie, ten opzichte van het normale verloop van de
activiteiten te signaleren. Tijdens de nacht werd de hond losgelaten, om
klaar te zijn om actief deel te nemen tegen roofdieren en criminelen.
Vaak vergezelde de Corso de wagen van de mensen als die buiten het
complex van de boerderij kwamen, voor bescherming van personen en
bezittingen.
Ook voor deze activiteit zijn de eerder genoemde karaktereigenschappen
belangrijk. Het drijfvermogen speelt hier echter een minder belangrijke
rol. Italianen zijn een zeer sociaal volk en komen veel bij elkaar over
de vloer voor een praatje en een glaasje wijn. Ook binnen het, meestal
kinderrijke, gezin met opa’s en oma’s behoorde de Cane Corso een
betrouwbare metgezel te zijn.
Naar vreemden moest de Cane Corso argwanend zijn en bij afwezigheid van
de baas, moest de Cane Corso zelfstandig kunnen handelen. Uiteraard werd
het niet geaccepteerd als de hond agressief waaks was. Verderop in dit
artikel kunt u in een interview met Umberto Leone lezen hoe de Cane
Corso in actie komt in het geval van een indringer. Ik kan alvast
verklappen dat de hond de indringer slechts staande houdt en geen letsel
zal veroorzaken.
Door enkele liefhebbers werd de Cane Corso ook gebruikt bij de
nachtelijke jacht op o.a. dassen en wilde zwijnen. Het vlees van de das
wordt gaarne gegeten; het zou een geneeskrachtig vermogen hebben voor
dikke personen voor elke jichtige vorm, en de huid wordt verkocht aan
degenen die penselen en kwasten van haar maken en versiering voor het
tuig van de paarden. Hierbij was de Cane Corso echter een metgezel voor
de jager om deze te beschermen tegen roofdieren en criminelen, terwijl
de jacht/speurhonden het spoor van de das volgenden. De Cane Corso komt
pas in actie als de das of het zwijn gevonden is. De jager gebruikte een
speer of een dolk om de das of het zwijn te doden. De Cane Corso was de
hond die de das of het wilde zwijn greep en vasthield, zodat de jager
het werk kon afmaken. De Cane Corso diende hiervoor over een behoorlijke
portie kracht en behendigheid te beschikken. Menig Cane Corso heeft
hiermee met gevaar voor eigen leven de jagers gered van de vlijmscherpe
slagtanden van een zwijn.Ook hiervoor zijn de karaktereigenschappen
vermeld bij het veedrijven en waken van groot belang. De loyaliteit van
de hond ten opzichte van zijn baas de jager was in deze heel belangrijk.
Een Cane Corso zal zijn leven geven om zijn baas te beschermen.
Van oorsprong is de Cane Corso een veedrijver. In tijden dat het vee,
voornamelijk koeien en varkens, zonder afrastering in Italië op het
platte land graasden en wroeten, werden deze vergezeld door enkele Cane
Corsos. De honden dienden ervoor te zorgen dat de kudde bij elkaar
bleef, op het eigen terrein en dus niet afdwaalde naar het terrein van
een buurman. Daarbij bewaakte ze de kudde tegen roofdieren en veedieven.
Later werden de landerijen afgezet, zodat de koeien binnen deze
afrastering konden grazen. Ook de roofdieren namen in aanzienlijk tempo
in aantal af. De Cane Corso werd gebruikt om het vee naar de weiden te
drijven, maar verder verviel door deze afrastering een gedeelte van zijn
taak. Juist door zijn waakzaamheid en intelligentie om goedwillend
bezoek zonder problemen toe te laten in huis, werd de Cane Corso
behouden. De populatie nam echter in omvang behoorlijk af. Slechts
enkele boeren behielden dit ras door zijn ongekende veelzijdigheid en
loyale karakter. Een van deze boeren is Umberto Leone, wiens
overgrootvader al Cane Corsos had voor het oorspronkelijke gebruik, nl.
het bij elkaar houden van de kudde in de vrije natuur en het beschermen
van de kudde tegen roofdieren en veedieven. Onderstaand artikel is
geschreven door Umberto Leone.
De Cane Corso, de bewaker van de stal.
Door Umberto Leone – Manfredonia (Foggia)
Eigenaar van een stal met runderen voor melk.
De Cane Corsos die ik vandaag in gezelschap houd stammen af van die van
mijn grootvader die ze door heeft gekregen van zijn vader en daarvoor
gaat hun oorsprong verloren in de tijd. Wij hebben altijd ditzelfde ras
gefokt en we kunnen zeggen dat we nooit bloedlijnen hebben genomen van
anderen of andere regio’s. Drie jaar heb ik meegedaan aan de raduni
speciaal voor het hondenras gehouden in Foggia, maar zij zijn de minder
goede exemplaren. Het grootste deel van de deelnemers getuigen verraad
van de invloed van de Boxer en de Mastino Mapolitano. Mijn honden hebben
nooit zo’n ronde kop gehad. De keurmeesters waren geen experts, omdat ze
de voorkeur gaven aan te grote koppen. De Corso moet wel een grote kop
hebben, maar niet tè en de nek en neus niet te veel samengedrukt, anders
is het niet rastypisch. Het haar is kort en ruw; het heeft niet het
delicate haar en huidtype van de Boxer.
Verschillende kleuren van vacht kunnen zijn; gestroomd grijs,
rossig/rood gestroomd in verschillende donkere tonaties, rossig/rood met
masker. Af en toe zijn de voeten en/of een plekje op de borst wit. Het
formaat van de jonge reu die ik heb (Rocky) is ongeveer 70cm tot de
schoft en zijn gewicht is 45kg. De Cane Corsos in het bijzonder zijn
aangepast tot de vereisten van ons fokkers van rundvee. Het vergezelt
het vee naar de weides en op commando weet het de runderen terug te
leiden die te ver weg gaan. Het zijn zeer intelligente honden die zich
hechten aan de runderen en de jaarlingen. Een bekend probleem bij andere
rassen is dat er drie of vier honden de kudde verspreiden om het vee aan
te vallen, maar met de Corso loop je dit gevaar nooit. Zelfs als een koe
’s nachts aan het bevallen is, met de geur van het bloed, de afwezigheid
van de mens en de schemering, probeert hij het niets. Als ik een emmer
met melk op de grond zet en de hond gaat met begeerte dichterbij, gooi
ik het over zijn kop en hij riskeert het niet nog eens het aan te raken
zonder mijn toestemming.
Ze gedragen zich op deze manier zonder gerichte training. Ik heb honden
van andere rassen gehad en heb de mogelijkheid gehad om een vergelijk te
maken. Ik heb een periode lang een herdershond gehad; deze was zo
dominant aanwezig dat het me ergerde. Mijn Corsos die thuis waren, waren
kalm, terwijl hij elke dag een emmer melk pakte, een ei, achter de
hennen of katten aan rende. Voor de Corso was dit ondenkbaar. Jaren
geleden hebben wij ook schapen gehoed en om de kudde te verfraaien had
mijn zoon een paar Duitse Herders genomen. Na een korte tijd heeft mijn
zoon ze uit wanhoop weg moeten doen. Ik kon het absoluut niet volhouden:
de schapen, de aangevallen kippen, de koeien…. het was alsof de wolven
van de berg naar beneden waren gekomen! Kortom, het enige ras voor ons
is de Cane Corso, die ons de voldoening geeft.
's Avonds als ik terugkeer van Manfredonia vind ik mijn honden wachtend
achter het hek en daarna volgen ze mij overal, zonder zich een meter te
verwijderen. Waar ik ook ga volgen ze mij. Het is mooi gezelschap. We
hebben altijd koeien gefokt voor melk. In de tijd van mijn grootvader,
werden drie of vier koeien apart gehouden van de stal en elke dag
leidden ze zichzelf in het dorp, waar hij van deur tot deur gemolken
melk verkocht. Als hij aankwam commandeerde hij de Corso de koe in een
positie te leiden door 1 van de 2 touwen die aan de hoorns hingen te
pakken. Als de koe achteruit trapte, kwam een andere hond te hulp die
uit zichzelf aan het 2e touw trok.
Ik weet dat ook in de bergen de Cane Corso gebruikt werd. Maar om de
waarheid te zeggen heeft dit een ras een beetje last van de kou. Om het
vee te volgen is het genoodzaakt zich bloot te stellen aan de regen en
koude, om daardoor vervangen te worden door de Mastiff Abruzzese, wiens
dichte vacht een actieve bescherming vormt. Wij hebben nooit het gebruik
van de Corso begrepen om grote beesten te kalmeren, omdat wij alleen
vrouwtjes hadden, hebben wij nooit problemen gehad. Het zijn de stieren
rond de 2 of 3 jaar die moeilijk kunnen worden. Als het de hond niet
lukt om neus of oren te grijpen, omdat het dier zijn kop niet omlaag
doet, dan is hij in staat om op de rug te springen om zijn doel te
grijpen. Het herinnerd me aan een tijd toen in Manfredonia veemarkt was,
een dier onrustig geworden was en met behulp van een Corso en een
Mastiff Abruzzesi het dier weer kon worden gevangen.
Voor ons is de Corso ook een dienaar voor de bewaking. Zijn plaats is
bij de ingang van de stal, waar een beugel is geplaatst en van daar
heeft de hond de ruimte om te bewegen. Iedere boerderij zou minstens een
beugel aan het huis moeten hebben omdat loopse teven de reuen
verknoeien, welke vooral gefixeerd zijn om hun behoefte te doen. Tot nu
toe hebben we geen gevallen van diefstal gehad, maar in Manfredonia is
de misdaad aan het toenemen. ’s Nachts voel ik dat de honden altijd
alert zijn. Overdag zijn ze aangelijnd, maar ’s nachts laat ik ze los.
Ze wisselen steeds; een moment voel ik dat een gedeelte blaft, na een
paar seconden zijn ze stil om ineens uit een andere richting te komen.
Ze komen en gaan altijd, vriend van de donkere geluiden van de nacht.
Eens was het hek alleen om het vee onder controle te houden, nu hebben
we muren van 2 meter moeten bouwen tegen dieven.
Het karakter van de Corso is zo dat als een vreemdeling zich meldt bij
de boerderij, hij voor een moment wegkruipt en dan in stilte afwacht om
besluitvast de vreemdeling staande te houden. Er was eens een dag dat
mijn schoonbroer mijn vader kwam opzoeken. Hij kwam op een motor, de
hond was achter het hek. Zodra de man binnenkwam greep de hond hem bij
de arm en hield hem stevig vast. Toen na een tijdje mijn vader kwam
opdagen en hij vond dat het genoeg was liet hij mijn schoonbroer vrij.
Een andere gelijke geschiedenis van dezelfde hond: Er was in Manfredonia
een liefhebber van Molossers die, iedere keer als wij een vrouwelijke
pup hadden, kwam kijken. Die dag had mijn broer deze Corso verplaatst
naar een ander gebouw, waar de pups waren en deze persoon kwam de tuin
binnen zonder te weten dat er niemand thuis was. De hond sprong en heeft
hem in de borst gegrepen. De man die het karakter van zijn aanvaller
kon, is rustig en kalm gebleven, maar hij heeft een uur moeten wachten
tot mijn broer kwam om hem te bevrijden. De hond had geen letsel
veroorzaakt.
We fokken met bloedverwanten, omdat het ras anders verloren gaat. Het
kortste bloedverwantschap dat wij gebruiken is tussen broer en zus, maar
niet uit dezelfde worp/nest. De loopse teven zijn gemengd en hun maakt
het niet uit wie de reu is. Onze kinderen zijn tussen de 8 en 15. Het is
mij opgevallen dat de pups van dit ras goed samengaan met hen en dat zij
zich niet vertrouwd maken met honden van een ander type. De namen die
wij onze exemplaren geven zijn Lion, Leonessa, Pantera en Saturno. Namen
zoals Picciotto, Guaglione, Magnaccia, Cornuto etc. gebruiken wij nooit,
omdat ze voorkomen uit de beruchte sfeer van de hondengevechten. Het
eten dat wij geven is soep gemaakt van overblijfselen van het eten. Ook
eten ze de uitwerpselen van de varkens en van de koeien.
Umberto Leone
Van bovenstaand artikel straalt de trots van deze boer over zijn ras af.
Uiterlijk is voor hem niet zo belangrijk. Maar het karakter met de
bijbehoren de werkeigenschappen staan voorop. Het uiterlijk van zijn
honden is wel van belang om zijn honden te beschermen tegen invloeden
van buitenaf. Zo haalt hij de vacht van zijn honden aan en noemt deze
kort en ruw en zeker niet delicaat. De Cane Corso dient korte ondervacht
te hebben, met daarboven een stugge ruwe bovenvacht. Deze vacht zal de
Cane Corso beschermen tegen takken van struiken en de invloeden van het
weer. Een delicate vacht zoals de Boxer heeft, zal deze bescherming niet
bieden. Verder dient het lichaam van de hond de bouw te hebben die
geschikt is om zijn werk te kunnen doen. Hij hoort behendig te zijn, om
zo boven op een rund te kunnen springen. Ook dient hij een imposante
verschijning te zijn, om zo respect af te dwingen van de kuddedieren.
Dit zijn de uiterlijke kenmerken die voor het werk ook van belang zijn.
Voor erkenning van een ras is echter homogeniteit van belang. De honden
dienen in uiterlijk enigszins op elkaar te lijken. Ze horen op zijn
minst door een kenner direct aan hun uiterlijk herkenbaar te zijn als
zijnde Cane Corso. Hiervoor is na lang onderzoek een rasstandaard
opgesteld, waarbij de uiterlijke kenmerken zo zijn, dat het aansluit op
het werk wat de Cane Corso hoort te doen. Ook het karakter wat
noodzakelijk is voor dit werk is een onderdeel van de rasstandaard.
In het begin van de jaren '70 is begonnen met het herstel van het ras,
wat in 1975 een extra impuls kreeg toen elke enthousiaste
rashondenliefhebbers zich samenvoegden met de eerste pioniers op dit
gebied. Met deze samenwerking hebben ze er nog tot 1994 over gedaan om
het ras in Italië erkend te krijgen. Voorop stond dat het karakter van
het ras behouden moest blijven. Maar voor erkenning was homogeniteit
nodig en er werd een rasstandaard opgesteld. Hier is in deze 2 decennia
hard aan gewerkt. In november 1996 werd de Cane Corso voorgesteld aan de
FCI, welke het ras toen voorlopig erkende.
In deze tijd van erkenning, konden wij zeggen dat de karakters van de
Cane Corso over het algemeen hetzelfde waren. De uiterlijke verschillen
waren groot en daar moest aan gewerkt worden. Voor de voorlopige FCI
erkenning werden 15 Cane Corsos, uit verschillende bloedlijnen, gekeurd
en diende deze rastypisch genoeg bevonden te worden. De uiterlijke
verschillen in het totale ras waren nog groot, maar er was een
duidelijke rasstandaard en er waren voldoende honden uit verschillende
bloedlijnen die aan deze standaard voldeden voor een voorlopige
erkenning. Voor de definitieve erkenning dient het ras te bewijzen dat
het een volwaardig ras is. Hiervoor is een meer rastypisch geheel
noodzakelijk. Nu ruim 6 jaar later, zijn de uiterlijke verschillen nog
steeds groot. Gezien de huidige populaties en het gebrek aan een
rastypisch geheel, zal deze definitieve erkenning nog lang op zich laten
wachten. Maar de populatie stijgt en daarmee ook het aantal honden dat
aan de rasstandaard voldoet. Maar helaas is de rastypischheid gezien de
gehele populatie nog lang niet voldoende voor de definitieve erkenning.
Het bevorderen van de rastypischheid over de gehele populatie dient een
prioriteit te zijn van alle fokkers.
Met de voorlopige erkenning van het ras op 9 november 1996, besluit de
ENCI (Italiaanse Kennelclub) om de werkproef CAL 1 in te voegen. Ze
hebben besloten om de Cane Corso ook in de werkklasse deel te kunnen
laten nemen. Zelfs heeft men dit certificaat nodig om de titel Italiaans
Kampioen te kunnen behalen. Dit om het rastypische karakter van de Cane
Corso te behouden.
Dit certificaat wordt afgegeven na het slagen van een proef, wat tot
doel heeft om de kwaliteit van het karakter van de hond te testen. De
proef bestaat uit drie oefeningen:
Gedrag tegenover vreemden
De hond moet rustig blijven tijdens het passeren van vreemde personen,
zonder dat de begeleider aan de hond enig bevel geeft. De begeleider
moet daarna tevens ook een woordenwisseling kunnen hebben met dezelfde
personen, zonder dat de hond angstig of agressief gedrag vertoont.
Onverschilligheid tegenover het schieten
Er wordt twee keer snel achter elkaar in de lucht geschoten, met een
pistool kaliber 22 (6 mm) op een afstand van ca 20 meter. De hond mag
geen teken van angst of nerveuze reacties vertonen. Gezien het kaliber
van het pistool en de afstand, veroorzaakt de proef geen reacties bij
evenwichtige honden. Men gaat ervan uit dat onverwachte geluiden die
erop lijken ook in het dagelijks leven voor kunnen komen.
Verdediging van de begeleider
De hond moet reageren op de bedreiging van een figurant voorzien van een
stok. In deze proef is geen contact toegestaan tussen de hond en de
figurant. De hond wordt in deze proef aan een lijn van 5 meter gehouden.
De figurant in deze is een pakwerker, welke gericht op de eigenaar van
de hond een aanvallende actie uitoefent. Direct na deze actie, dient de
eigenaar naar een vastgesteld punt te lopen. De hond dient volledig
zelfstandig de figurant op afstand te houden, zonder bijtgedrag te
vertonen.
Met de schorsing van het SACC eind 1999 als erkende rasvereniging in
Italië verviel ook de CAL1 werkproef als eis voor het Italiaans
Kampioenschap. De noodzakelijke bewaking over het rastypische karakter
verviel hiermee. Helaas kunnen we vandaag de dag niet meer stellen dat
de karakters over het algemeen gelijk zijn. Hier treffen we tegenwoordig
verschillen in aan, die leiden tot subpopulaties. Het oorspronkelijk
doel van de fokkerij van dit ras nl. het behoud van het ras en daarmee
zijn karakter, lijkt niet meer het doel van alle fokkers te zijn. Er
zijn fokkers die menen dat het karakter van de Cane Corso dient te
worden aangepast aan onze maatschappij. Dit is zeker onaanvaardbaar en
boven alles niet nodig en heeft zelfs een averechtse uitwerking. Iemand
met enige ervaring met honden zal prima in staat zijn om een Cane Corso
met een rastypisch karakter in deze maatschappij als huishond te houden.
Het is een actieve, intelligente en waakzame hond, welke zeer zeker niet
agressief of angstig mag zijn. Een prima huishond dus. Maar zijn
intelligentie maakt hem een goede leerling en dat heeft een nadeel.
Iemand zonder ervaring met honden kan een foutje in de opvoeding maken.
Dit foutje heeft de Cane Corso zo geleerd. Maar eenmaal iets geleerd,
dan vergeet hij het ook nooit meer en dan is het een bijna onmogelijke
opgave om hem dit weer af te leren. Ervaring met honden, liefst
dogachtigen, is dus een vereiste voor mensen die een Cane Corso
aanschaffen.
Ruim 20 jaar hebben de Italianen erover gedaan om dit ras met zijn
prachtige karaktereigenschappen erkend te krijgen. Laten we met zijn
allen zuinig zijn op dit ras en vooral dus ook op zijn rastypische
karakter. Alleen dan kunnen we spreken over het behoud van een ras. De
laatste jaren is het karakter een beetje bijzaak geworden. Mensen zijn
het op hun eigen manier gaan invullen. Dit tot grote ergernis van de
oorspronkelijke fokkers en herstellers van dit ras. Die zien zo hun
erfgoed verloren gaan door onkundige inmenging van voornamelijk
niet-Italianen. Agressieve of angstige honden zijn uit den bozen en
dienen nooit, onder geen enkele omstandigheid en om geen enkele reden,
ingezet te worden voor de fokkerij. De fokkers dienen een goede bijdrage
te leveren aan het behoud van het ras. Maar ook de puppykopers kunnen
hun bijdrage doen. Koop nooit een pup uit een angstig of agressief
ouderdier.
De fokker, welke blijkbaar andere intenties heeft dan het behoud van het
ras, zal hierdoor problemen krijgen deze pups te verkopen en zal zich
nog wel een paar keer bedenken voordat hij ooit weer een angstige of
agressieve hond zal inzetten voor de fokkerij. En zo kan iedereen zijn
steentje bijdragen aan het behoud van dit prachtige ras.
Het behoud van het ras houdt in dat de oorspronkelijk eigenschappen
behouden dienen te blijven. Een verbetering hiervan is niet mogelijk.
Iedere zogenaamde verbetering is eigenlijk een wijziging en heeft dus
niets met behouden te maken. Wijzigingen zijn bij meerdere rassen al de
oorzaak van gezondheidsproblemen en uiteindelijk honden die niets meer
met het oorspronkelijke doel van het ras te maken hebben. Dit moeten we
bij de Cane Corso voorkomen. De Italiaanse boeren zijn trotst op hun
eigen stukje Italiaanse geschiedenis en erfgoed. Wij mogen blij zijn dat
wij hiervan mee mogen genieten. En daar moeten we zuinig op zijn.
Noot:
Op 28 februari 2003 ontvingen wij het goede nieuws, dat het SACC wederom
zijn officiële status als enige erkende rasvereniging in Italië heeft
ontvangen. Of hiermee de CAL1 test als eis voor het Italiaans
Kampioenschap terugkomt, is nog niet bekend. Maar het zou een grote stap
in de goede richting zijn, voor het herstel van het rastypsche karakter
binnen het ras. |